Jouw mailtjes en bestanden straks onder water opgeslagen?

01 feb 2016 | Ecologisch en duurzaam, Webhosting en E-mail

Veel energie (en ruimte) besparen op koeling van serverruimtes, dat klinkt geweldig. NOS Techredacteur  Nando Kasteleijn gaat hier dieper op in:

Als we aan serverruimtes denken, zien we al snel grote gebouwen voor ons die rijen kasten bevatten. Stil is het er nooit. Doordat de servers veel warmte produceren, zijn er ventilatoren nodig om ze te koelen. Dat kost weer veel energie. Microsoft wil daar nu iets aan doen. Het bedrijf experimenteert met serverruimtes onder water.

Het idee is dat deze containers op tientallen, misschien honderd meter diepte worden neergezet en worden aangesloten op de netwerken die veelal toch al in de zee liggen. Via bijvoorbeeld windturbines worden de capsules vervolgens van energie voorzien.

Daardoor kan het gebruik van deze servers een stuk energiezuiniger worden gemaakt en ook nog eens goedkoper, voor Microsoft. Dat is belangrijk voor het bedrijf.

Datacenters steeds belangrijker

Microsoft is nog altijd vooral bekend van Word, Powerpoint en Windows, maar het investeert ook volop op data-opslag. De verwachting is dat de behoefte aan online opslag de komende jaren enorm gaat toenemen. Microsoft heeft inmiddels meer dan 100 datacenters wereldwijd en investeerde al zo’n 15 miljard dollar.

Het bedrijf is overigens niet de enige die geld ziet in de data-opslag. Amazon, nu nog vooral bekend van de webwinkel, is inmiddels ook een grote speler op de markt.

Onderhoudsarm

Het is de bedoeling dat de servers straks zo worden ingericht dat ze vijf jaar lang zonder onderhoud kunnen draaien en tot twintig jaar meegaan. Microsoft denkt dat ze vooral kunnen werken in gebieden waar zo’n 50 procent van het oppervlak uit water bestaat.

Het idee is dat deze containers onder water vlak bij grote steden kunnen worden geplaatst. Volgens het bedrijf zijn ze in 90 dagen op te leveren, waardoor ze ook geschikt zouden zijn om dienst te doen tijdens grote evenementen, zoals de Olympische Spelen, of rampen.

Het team achter de capsule MICROSOFT

Het team achter de capsule MICROSOFT

Microsoft heeft net een 105-dagen durende test afgrond waarbij een stalen capsule van 2,5 meter in omvang op tien meter diepte werd geplaatst aan de Californische kust, schrijft The New York Times. De onderzoekers waren bang voor hardware-matige problemen en lekkage. Om dit te kunnen meten was de capsule uitgerust met 100 verschillende sensoren. Maar het bleek een succes en uiteindelijk werd de capsule zelfs gebruikt om data van klanten op te slaan.

‘Niet heel praktisch’

De onderwaterservers zijn natuurlijk een leuk idee en water koelt vrij goed, maar of het echt werkt blijft de vraag. “Het is niet zo praktisch”, denkt server-expert Arnoud Vermeer van hostingprovider Leaseweb. “Je moet zo’n ding onder water laten zakken, dat kost extra moeite. Ook moet je ervoor zorgen dat het stroom krijgt en aangesloten zit op het netwerk.” Ook betwijfelt Vermeer of zo’n capsule goed werkt in noodsituaties. “Tijdens een ramp moet je eerst zorgen dat de kritieke infrastructuur op orde is, extra serverruimte is pas stap twee.”

Daarnaast, merkt Vermeer op, zijn er andere koelingsmethodes. “Facebook heeft bijvoorbeeld een datacenter gekocht vlak bij een Fjord in Zweden. Het koude water wat daar vandaan komt kunnen ze direct gebruiken. Ik geloof zeker dat er innovatieve koelingsmethodes komen, maar ik ben van Microsoft’s manier niet echt onder de indruk.”

Het project, dat door Microsoft Project Natick wordt genoemd, wordt nu verder uitgebreid. Of het ooit op grote schaal gebruikt gaat worden is nog niet duidelijk.

Bron: NOS Nando Kasteleijn – Techredacteur